janru
erdoo
sterh
aven.





Incompleteness Theorem v1.1.
Jan Ruerd Oosterhaven

De tekening doet zijn werk zonder dat de kijker voorkennis heeft. Hij ziet een vierkant paneel van 72 x 72 cm. Met pen en inkt zijn op een witte ondergrond ontelbare zwarte lijntjes aangebracht, die elkaar twee bij twee kruisen, als kleine hashtags. Uit de lijntjes is een structuur ontstaan die zich vrijelijk, vloeiend en organisch over het veld beweegt, maar af en toe botst met een raster van horizontale en verticale lijnen, dat juist door dit botsen zichtbaar is geworden. Op zijn beurt zet het raster de structuur in beweging, een andere kant op. Het schouwspel lijkt buiten de randen van het beeldvlak verder te gaan, in een zich eindeloos voortzettende dynamiek. Het is een spel van vloeien en stromen, stuiteren en botsen, draaien en kolken; een wereld van sturen en volgen, openen en sluiten, opkomen en verdwijnen. Het wit, dat door de kleine openingen tussen de streepjes heen kiert, laat zich ervaren als fundamenteel deel van het beeld. Het is de adem, de potentie, zonder welke deze hele kosmos niet zou bestaan. De kijker herkent in de tekening een contrast tussen een wereld van vloeiende vormen en een geometrisch rasterpatroon. Waar de vormen zich laten associëren met een natuurlijkheid, lijken de horizontale en verticale lijnen eerder geconstrueerd dan ontstaan. De lijnen geven aan het oog houvast. Ze scheppen de orde die nodig is om de chaos te kunnen behappen – terwijl het de chaos is, die aan dit beeld zijn leven geeft en die, bij lang kijken, gaat resoneren in de kijker zelf.

In het contrast tussen chaos en construct, vrijheid en beperking, ligt de fascinatie van Jan Ruerd Oosterhaven. Als interdisciplinair kunstenaar probeert hij de werkelijkheid zoals wij die geconstrueerd hebben tot een werkbaar model, te bevragen en open te breken. Hij laat zich daarbij prikkelen door de theoretische natuurkunde, die met een ’theory of everything’ op zoek is naar een definitie om het oerprincipe van de kosmos te vangen. Volgens Oosterhaven ontsnapt dit principe aan iedere definitie – en juist in dat ontsnappen, zegt hij, ligt de energie waarop de kosmos drijft. Zaak is dus, om als kunstenaar deze energie zoveel mogelijk vrij te geven – binnen een syntax die voor ons mensen hanteerbaar is.

Jan Ruerd Oosterhaven stelt zijn vraag vanuit verschillende invalshoeken en formuleert zijn antwoorden telkens in een ander vocabulaire. Ook in zijn werk stroomt de energie tussen de hokjes. Als muzikant bouwde hij een improvisatiemachine die middels willekeurige combinaties van opdrachten aan de spelers voorwaarden schept voor het vrijelijk laten stromen van klank, buiten de vooropgestelde opvattingen om van wat muziek is. Als instrumentbouwer onderzocht hij de manier waarop basgitaren klank genereren en stelde zich de vraag waar tussen materie, trilling en het luisterend oor, de ‘muziek’ zit. Als tekenaar ontwierp hij een procedé dat hij ‘human rendering’ noemt. Hierbij zet hij computerdata om in algoritmes en slaat deze op in een kleine machine, die vervolgens voor de tekenaar een reeks instructies genereert met betrekking tot plaats, duur, dichtheid en kleur. In zo’n 600 ‘iteraties’ op een veld dat opgedeeld is in 64 vierkanten, ontstaat het uiteindelijke beeld. Evenals bij de improvisatiemachine, zijn het juist de restricties die de stroom op gang brengen. De tekening die voor ons ligt vertoont een levende, natuurlijke resonantie, als een alignment van trillingen. Vorm en potentie zijn elkaars gelijken; wat niet zichtbaar is toont zich als een nog niet gedifferentieerd veld van mogelijkheden. Het is alsof het werk, zonder tussenkomst van theoretische modellen, het wordingsproces van de kosmos weerspiegelt. Hoewel het de algoritmes zijn die de mogelijkheden uit de chaos tevoorschijn hebben gehaald, maakt het feit dat de opdrachten met de hand zijn uitgevoerd, het beeld tot meer dan een optelsom van kansen: het leven zelf is erin geslopen. Gedurende het ontstaansproces is de innerlijke beweging van de maker in de lijnen beland; ze zijn een spiegel van zijn ziel gaan vormen. Uiteindelijk, zegt Jan Ruerd, is de tekening een zelfportret.

Tekst geschreven door Janet Meester
www.janetmeester.nl